Zoeken in deze blog

dinsdag 15 mei 2012

Mijn verhaal

'Zolang ik er als een kind uitzie, hoef ik niet sterk te zijn'

Auteur: Griet Plets

Kwam anorexia vroeger vooral bij 16- tot 18-jarigen voor, dan schuift de gemiddelde leeftijd almaar meer richting 14 op. En hoe jonger de patiënten, hoe groter de gevolgen: de groei stopt, de menstruatie valt stil, botontkalking begint. Vroeg ingrijpen is dus van levensbelang, maar voorlopig kunnen jonge patiënten maar op één plek terecht: de afdeling Eetstoornissen van de Universitaire Kinder- en Jeugdpsychiatrie in Antwerpen. De Standaard ging kijken hoe zij weer grip op hun leven proberen te krijgen.
'Is jouw hart neig gekrompen?' Monica vraagt het achteloos, en zo klinkt ook het antwoord van Filip. 'Toch wel', zegt die. 'Er zit ook vocht rond. En ik heb last van mijn gewrichten.' Ter illustratie staat hij uit de zetel op en buigt een paar keer door de knieën; alles kraakt, alsof hij een man op leeftijd is.

Het is maandagochtend, halftien, en officieel 'rust' op de afdeling Eetstoornissen van de Universitaire Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen (ZNA UKJA). Voor vijf van de negen patiënten betekent dat ook letterlijk 'platte rust': zij liggen, verplicht, op ligbanken in de woonruimte, in pyjama, hun standaardoutfit hier. Alleen een boek of een iPod is toegelaten. Bewegen niet, daarvoor zijn ze nog te zwak.

Anders is dat voor de drie 'P2-patiënten': zij zitten al in 'programma 2', jargon voor 'vijf kilo of minder onder hun minimaal gezond gewicht' (MGG). En dus mogen ze ook wat meer dan de P1-patiënten. Gewoon in de sofa zitten, bijvoorbeeld. Op hun laptop muziek of Facebook checken. En keuvelen, natuurlijk, over al die dingen die tieners beroeren, maar vooral toch over dat ene, dat hun leven beheerst: hun gewicht.

'Ik woog 34 kilo toen ik hier werd opgenomen', vertelt Filip, net veertien en de enige jongen in het gezelschap. 'Ik weet het nog goed: ik ben hier op een zaterdag op de spoed binnengebracht. Ze hebben me daarna nog even naar huis teruggestuurd, maar op maandag - 't was Valentijn - ben ik definitief opgenomen. Eerst op pediatrie, daarna bij Eetstoornissen.'

Hij rekent het even uit: donderdag zit hij hier precies honderd dagen, of drie en een halve maand. 'Zo lang al', zegt Monica, ook veertien, verwonderd. 'Ik zit hier pas twee weken.' Maar hij staat ook al verder, reageert Filip. En hij zat veel dieper toen hij hier aankwam: 'Ik had twaalf kilo ondergewicht, jij maar zeven.'

Eigenlijk was hij al in april vorig jaar bij de huisarts geweest, omdat hij toen al - hij was twaalf - vijf kilo vermagerd was. Maar de huisarts zag het probleem niet, en ook de psychologe bij wie hij sinds augustus in therapie was, dacht dat het zo wel zou lukken. 'Soms denk ik: als mijn ziekte toen al was opgemerkt, dan zat ik hier niet meer. Maar ik ben blij dat ik hier terechtkon. Ik heb echt gedacht dat ik er nooit meer uit zou raken. Maar hier móét je wel, de rest van de groep stuwt je voort.'

Blauwe handen


Het is intussen warm geworden buiten, en de drie kwartier rust zit erop, dus wil de groep graag even de tuin in. Maar ook daarvoor is toestemming nodig: want hebben ze het fris, dan verbruiken de patiënten te veel energie.

'Weet je dat ik in de winter altijd drie of vier kousenbroeken aantrok om het toch maar warm genoeg te hebben', zegt Monica terwijl ze aan de tuintafel gaat zitten. 'Mijn schoenen knelden omdat ik zoveel kousen aanhad. Soms vroren mijn tenen er bijna af. En al die leerkrachten die per se het venster wilden openzetten!'

Vicky, zestien, zegt dat ze altijd blauwe handen had. En Filip maakt zich zorgen over de donshaartjes op zijn rug en zijn gezicht: of hij die moet scheren. Hoeft niet, zegt Tine, een stagiaire. 'Die gaan vanzelf weer weg als je meer gaat eten.'

Het is typisch voor anorexia op jonge leeftijd, zal psychiater Annik Simons later zeggen. Net omdat de patiënten nog in volle groei zijn, heeft hun ziekte zoveel consequenties. 'Vandaar dat we hen niet alleen mentaal, maar ook fysiek heel nauwgezet volgen', zegt Simons. 'Bij hun opname worden ze volledig onderzocht en wordt op radiologie de leeftijd van hun botten bepaald. En als ze hier eenmaal zijn, worden ze elke dag in “het kotje, gewogen en gecheckt op bloed, urine, pols en temperatuur. Maar evident is het niet. Voor een meisje van dertien zijn vruchtbaarheidsproblemen nog veraf.'


Nochtans ondervinden de jongeren de gevolgen van hun ziekte elke dag. Monica kreeg in november voor het eerst haar regels, maar daar is het bij gebleven: 'Bij iedereen hier vallen de maandstonden weg.'

Ook over hun groei zijn ze realistisch. 'De meesten van ons zullen niet meer groeien', denkt Filip. 'Mijn foto zei dat ik de botten van een twaalfjarige heb. Ik heb gisteren voor het eerst in vier maanden een wandelingetje gemaakt en vandaag heb ik last van mijn knieën. Normaal gaat wandelen automatisch, maar dit keer moest ik echt over mijn stappen nadenken. En zeggen dat ik vroeger fanatiek aan voetbal deed. Of met gemak zestig kilometer fietste.'

Het is iets wat hun allemaal lastig valt: dat intensief sporten niet meer kan - of mag. Vicky was bezeten van tennis, Marie van dansen en haar fiets. 'Dat vind ik zo ambetant hier', zegt ze op z'n West-Vlaams - ze is van Kortrijk, maar kon, met haar dertien jaar, alleen in Antwerpen terecht. 'Dat je zoveel moet rusten hier. En dan die rolstoel waarmee we ons buiten de leefgroep móéten verplaatsen. Dan voel ik me pas echt gehandicapt.'

Twee klokken


En toch. Het allermoeilijkste blijft het eten, zo blijkt even later bij het middageten. Zo gemoedelijk als de sfeer de hele ochtend was, zo kil wordt ze plots aan tafel. Als er al wat gezegd wordt, gaat het over het eten. Of over de timing ervan, want die is scrupuleus. Twintig minuten krijgen ze, van 13 uur tot 13.20 uur. Wie dan niet klaar is, veroorzaakt meteen 'verschuiving' voor de hele groep: een inkorting van de dag, en dus ook het bezoekuur, met een vol kwartier. In de plaats komt een gesprek, met tips voor de maaltijd, maar het blijft een 'straf' die iedereen wil vermijden. En dus wordt geheid over het startschot gekibbeld - 'we waren toch om 13.01 uur begonnen?' - en wordt constant naar de klok gelonkt - er hangen er zelfs twee, een gewone en een digitale.

Maar hoe motiverend ook, het schrikbeeld van een verschuiving werkt niet bij iedereen. Amber heeft na een kwartier amper een vierde van haar maaltijd op. Ze draait wel voortdurend met haar vork, maar stopt zelden iets in haar mond. Het gaat zo traag dat verpleegster Martine haar een extra waarschuwing geeft: als ze alles straks in één keer naar binnen moet proppen, is het sowieso verschuiving, tijdig klaar of niet. En dus is het plots afgelopen met de stilte rond de tafel: het regent aanmoedigingen, smeekbedes zelf. Of Amber alstublieft voort kan maken, want een verschuiving wil toch niemand?
Het meisje zwijgt, maar om 13.19 uur is ook haar bord leeg. Een zucht van opluchting gaat door de groep, al blijkt die al snel van korte duur. Want de activiteit in de namiddag is koken, of toch voor de helft van de groep. Terwijl de anderen in hun werkmap bezig zijn, een bundel oefeningen over hun ziekte, maakt de 'kookgroep' het dessert voor vanavond klaar: American cookies, met chocolade, suiker en flink wat boter. Alles wat deze tieners het liefst willen mijden.

Maar sjoemelen is geen optie, want verpleegster Nicole houdt alles in de gaten. Dat er best nog wat meer suiker in het mengsel mag, zegt zij. En dat één groep ooit baklava zónder suiker had gemaakt. Expres? wil Monica weten. Tuurlijk, zegt Nicole. 'Tja, dat is wellicht wat onze aard', geeft Monica ootmoedig toe. 'Ik hou ook niet van die geuren en ingrediënten. Maar ik probeer er niet bij na te denken.'

De jongeren weer anders naar voedsel laten kijken, dat is de opzet, zegt Nicole. 'Vooral vetten en suikers liggen moeilijk. Er branden hier geregeld koekjes aan omdat er te weinig vet in zit. Of neem een simpele boterham met choco. Vaak geloven ze oprecht dat die hen - minstens - één kilo dikker maakt. Tot we hen erop wijzen dat heel veel mensen dagelijks zo'n boterham eten. En dat die dus op weekbasis zo'n zeven kilo dikker zouden worden. Dán zien ze het vreemde van hun redenering in. Maar anorexia is een erg hardnekkige ziekte. Je moet met kleine stapjes tevreden leren zijn.'

Brede heupen


Dat blijkt ook de dag erop, tijdens de zogenaamde videosessie: een opname van elke 'nieuwkomer' in bikini of zwembroek, die daarna met de groep wordt bekeken en besproken. Vandaag is Monica aan de beurt, en ze is doodnerveus voor wat ze zo dadelijk te zien zal krijgen. De opname, vóór het ontbijt, viel nog mee, maar als Karine, de therapeute, de eerste beelden laat zien, krimpt Monica haast als een kind ineen. Ook ik schuifel ongemakkelijk bij de aanblik van dat meisje dat zich letterlijk blootgeeft, en wel voor zeven andere tieners. Maar rond de tafel geeft niemand een kik: niet één die niet voelt wat Monica nu voelt.

Of ze kan beschrijven wat ze ziet, vraagt Karine zacht. Haar buik, klinkt het meteen, en haar heupen. 'Ik vind dat ik brede heupen heb. En mijn buik is echt erg.' 'Ook als de camera wat uitzoomt?' wil Karine weten. Misschien iets minder, geeft Monica schoorvoetend toe. 'Dan zie ik vooral mijn ribben, die steken wel uit, ja. En mijn lange benen, en magere armen. Maar toch: die buik, die stoort me vreselijk.'

'Was je je buik aan het intrekken?' vraagt Filip even later, als ook de groep zijn zeg over de video mag doen. 'Want ik zag echt niets, behalve een gat. En je maag en darmen moeten toch ergens zitten?' Ook Nadia vindt dat er niets te zeggen valt, want 'er is simpelweg geen buik'. Zoals er ook nauwelijks heupen zijn: 'Je lichaam gaat haast helemaal rechtdoor. En zelfs als er heupen waren, dan is dat gewoon hoe jij bent gebouwd. Je kunt die toch moeilijk weer in je lichaam proppen?'

Monica knikt, maar als ze zichzelf daarna op een schaal van tien figuurtjes moet plaatsen - van 1 (heel mager) tot 10 (vrij mollig) - kiest ze als enige voor 5, de rest gaat resoluut voor 1. 'Gek toch', zegt Karine, 'dat de rest jou zo anders ziet dan jij jezelf. Kijk eens naar de dijen van figuurtje 5, die komen tegen elkaar. Zie jij dat op jouw video? Nee, toch? Dat is wat anorexia met je doet. Je gevoel zegt iets anders dan je blik. Maar wat je zíét, is de realiteit, niet wat je vanbinnen denkt en voelt.'

Perfectionisten


Na de video vraagt Amber zich af waarom niemand die oefening weigert: ze zijn in principe toch niet verplicht? Klopt, zegt verpleegster Cathy, maar geldt dat niet voor elke therapie: waarom eraan beginnen als je toch niet meedoet?

'Ik wil niet mijn hele leven zo voortdoen', zegt Monica, die nog wat van 'haar' oefening moet bekomen. 'Ik wil weer van het leven genieten. En tegelijk wil ik toch het liefst zo blijven. Omdat ik dan op z'n minst mager ben.'

Ik vraag de jongeren hoe hun anorexia begonnen is. Doordat ze veel te veel hobby's had, zegt Liesbeth, zeventien en de enige bij wie het met boulimie is begonnen. 'Fitness, badminton, gitaar, mijn paarden, fotografie... Ik deed het allemaal, of dat wou ik toch. Wat natuurlijk niet haalbaar was. Dus at ik alles wat ik kon vinden, mijn manier om m'n stress te uiten. Waarna ik me vies en slecht voelde, en alles er weer uit moest.'
Het blijkt een kenmerk van veel anorexiapatiënten: een ongeziene drang naar perfectionisme, en tegelijk een grote onzekerheid, zeker op school. Verschillende jongeren noemen de overgang naar het middelbaar als mogelijke oorzaak. 'Bij mij is het toen begonnen', zegt Marie. 'Ik wou er absoluut niet opvallen, daar was ik te verlegen voor. Eigenlijk wou ik onzichtbaar zijn, zo mager dat ik onzichtbaar werd.'

Angst om volwassen te worden, het is wat deze jongeren elk op hun manier beroert. Tieners als alle andere, maar lichamelijk nog een kind, of dat willen ze toch. Ook in de beruchte 'touwoefening', wat later op de middag, worstelen ze ermee. Of ze met een touw op de grond de omtrek van een voorwerp kunnen vormen, vraagt Karine. Borden, flessen, hoepels, haast iedereen schat die juist in. Tot ze op de grond de omtrek van hun eigen middel moeten leggen. Plots zijn de cirkels compleet buiten proportie. Als ze daarna hun middel mogen meten, blijkt hoe ver ze ernaast zitten. Amber past anderhalve keer in haar cirkel, Nadia twee keer, Marie zelfs twee en een halve keer. Alleen Filip heeft zichzelf behoorlijk ingeschat - hij heeft dan ook al wat ervaring met de oefening.

Vooral Nadia kan met moeite geloven dat ze echt zo mager is. 'Zo voel ik me helemaal niet.' 'Nee, zo voel je je niet', zegt Karine, 'maar je gevoel zegt iets anders dan de realiteit. Gebruik je verstand. Zit er niets onder die dikke lagen, diep in jou, dat denkt: dit klopt?'

Kinderlichaam


Nadia knikt, maar onderweg terug naar de leefgroep is haar frustratie groot. 'Met voorwerpen kan ik het wel, waarom dan niet met mezelf?' Ik vraag haar hoe lang ze al in Antwerpen is. Een dikke maand, zegt ze, maar haar gevecht met anorexia gaat veel langer terug.

'Op mijn vijftiende ben ik naar een ander centrum gestuurd, maar dat werkte niet voor mij. Je moest er gemotiveerd zijn, en dat was ik als puber absoluut niet. Ik heb me er in geen tijd “buitengegeten,, maar ik ben ook even snel hervallen. Zozeer zelfs dat ik uiteindelijk met een overdosis op de spoed ben beland.'

Hier in Antwerpen lukt het stukken beter, vertelt ze. Door de vele individuele hulp, maar vooral ook door de druk van de groep. 'Als de anderen gemotiveerd zijn, denk ik altijd: ik kan het ook. Maar die touw- en video-oefeningen vind ik vreselijk. Ik doe mijn best, hoor, maar het dringt precies niet door. Ik zit vast in mijn anorexiawereld, ik weet niet langer wat normaal is.'

Ik vraag haar voorzichtig hoe het zo ver is kunnen komen. Ze lijkt me erg verstandig, en ze verwoordt alles zo goed. 'Ik heb dan ook al jaren therapie achter de rug', en plots is daar een glimlach op haar frêle gezicht - heel even. 'Ik denk dat mijn ziekte als een bescherming voelt voor mij. Ik heb veel meegemaakt, en als je broos en breekbaar bent, durven mensen je niet zo snel te kwetsen. Ze blijven op een afstand, waardoor ik in mijn eigen wereld kan leven. Eigenlijk ben ik bang om vrouw te worden, want een vrouw moet sterk zijn, die moet er staan, dat heb ik bij mijn mama gezien. Mijn ouders zijn gescheiden en zij heeft alles alleen gedaan. Zelf ben ik niet zo dapper, vrees ik. Maar zolang ik er als een kind uitzie, hóéf ik dat ook niet te zijn. Al weet ik best dat ik de strijd nooit kan winnen: bot is bot, die heupen krijg ik nooit meer weg.'

Ik schrik van haar woorden, begrijp plots wat de verpleegsters bedoelen als ze anorexia 'hardnekkig' noemen. Gelukkig is er op de leefgroep ook goed nieuws. Filip gaat goed vooruit en mag in juli wellicht naar huis. Dan kan hij met zijn ouders en zus nog op vakantie mee. En Monica heeft voor de tweede keer haar P2-gewicht bereikt. Nog één dag volhouden en ze mag voortaan al op vrijdagavond, en niet pas op zaterdag, naar huis.

Ik neem afscheid van de groep, wens hen veel succes, maar vóór ik vertrek, vraag ik Nadia nog hoe ze haar toekomst ziet. Ze lacht, en zegt dat in hun werkmap ook zo'n vraag wordt gesteld: waar ze zichzelf over vijf jaar zien. Het is heel simpel, zegt ze nuchter. 'Ofwel heb ik de ziekte overwonnen. Ofwel heb ik me verder uitgehongerd, tot de dood. Iets daartussen is er niet. Maar ik hoop dat er nog een toekomst is voor mij. Dat mijn anorexia het niet haalt.'

De namen in dit artikel zijn vanwege de privacy veranderd.
Bron: De Standaard, 4 juni 2011

Geen opmerkingen: