Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label behandeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label behandeling. Alle posts tonen

donderdag 13 maart 2014

Oxytocine als middel in de strijd tegen eetstoornissen?

Vandaag lezen we op Deredactie een bericht waarin gesuggereerd wordt dat het zogenaamde 'liefdeshormoon' oxytocine zou kunnen helpen voor mensen met anorexia nervosa.
Dit hormoon wordt zo genoemd omdat het vrijkomt wanneer moeders de borst geven aan hun kind, of wanneer mensen vrijen. Het zorgt er o.a. voor dat we tot elkaar aangetrokken worden.

Maar vooraleer het echt medicinaal toegepast kan worden zullen we nog een heel lange weg moeten afleggen. Een wondermiddel is het met andere woorden voorlopig nog lang niet. Jammer hieraan is ook dat de complexiteit van eetstoornissen door dit soort berichten uit het oog verloren wordt. Misschien is er in de toekomst een subgroep van personen met anorexia nervosa geholpen met een medicinale toepassing van dit hormoon, maar voor andere personen zijn andere behandelingen nodig. We juichen in ieder geval wel toe dat er onderzoek blijft gedaan worden naar nieuwe vormen van behandeling, want dat is broodnodig!


Hieronder het bericht op de website van Deredactie.be:
(http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/140313_anorexia)
do 13/03/2014 - 11:14 Ludwig De WolfUit onderzoek in Groot-Brittannië en Zuid-Korea blijkt dat de toediening van het liefdeshormoon oxytocine aan patiënten met anorexia nervosa positieve effecten heeft op het zelf- en ziektebeeld van die patiënten. De Britse organisatie Beat, die zich inzet voor de strijd tegen eetstoornissen, tempert het enthousiasme. "Er is nog een lange weg te gaan om het als geneesmiddel te gebruiken", klinkt het op BBC.
Het onderzoek naar het gebruik van oxytocine als behandeling tegen anorexia nervosa staat nog in zijn kinderschoenen. De eerste resultaten van een onderzoek in Groot-Brittannië en Zuid-Korea zijn veelbelovend. Mensen die het hormoon krijgen toegediend, zijn minder gefixeerd op hun lichaam.
Anorexia nervosa is een eetstoornis waarbij iemand een vervormd beeld van het eigen lichaam heeft. Patiënten hebben hebben het idee te dik te zijn en ze houden zich dwangmatig bezig met hun gewicht en voedingspatroon.
Oxytocine is bekend als het zwangerschapshormoon, dat een grote rol speelt in de bevalling en het op gang brengen van borstvoeding. Het hormoon wordt ook vrijgemaakt bij positief contact tussen mensen bij aankijken, aanraken, knuffelen en vrijen.
Er zijn al verschillende onderzoeken naar het medicinaal gebruik van oxytocine. Het hormoon zou ook kunnen helpen bij een reeks psychiatrische aandoeningen. Er is al aangetoond dat het helpt om de angststoornissen van mensen met autisme terug te dringen.

vrijdag 14 februari 2014

Hoe lang duurt een behandeling?

Gemiddeld gesproken duurt het 7,5 jaar voor je van anorexia nervosa herstelt, maar dit kan variëren van 6 maanden tot meer dan 30 jaar. Hoelang een behandeling duurt is dus heel moeilijk eenvoudig te beantwoorden. Opnames in Vlaanderen in een hoog gespecialiseerde eetstoornisafdeling duren 3 maanden tot 6 maanden, maar voordien hebben mensen vaak al ambulante therapie gevolgd en na een opname is nog minstens een jaar nazorg nodig.

De meeste mensen met een eetstoornis worden ambulant begeleid (via therapie, diëtiste, huisarts,…) en slechts een klein deel daarvan wordt ooit opgenomen. Soms is 1 opname voldoende, maar soms hebben mensen ook  meerdere opnames nodig. We weten ook dat een grote groep van mensen met een eetstoornis daarnaast ook nog andere problemen heeft (vb. trauma, angststoornis, dwangstoornis, borderline kenmerken,...). Dat maakt het hele verhaal nog eens extra ingewikkeld en het kan ervoor zorgen dat een behandeling langer duurt, omdat je verschillende probleemgebieden ruimte moet geven.

Zo heeft een van onze bezoekers meer dan 30 opnames achter de rug, ook in een gewoon ziekenhuis voor fysieke klachten (door de anorexia) en kortdurende opnames van vb. 2 weken op PAAZ-afdelingen, maar ook een aantal opnames op eetstoornisafdelingen. Zij heeft een langdurige eetstoornis en heeft intensieve opvolging nodig om het leven aan te blijven kunnen. Maar we kennen ook mensen die een half jaar therapie volgen en die daarmee voldoende tools mee krijgen zodat ze er weer zelf mee verder kunnen. Zoek naar de hulp die jij nodig hebt op dit moment. En als je voelt dat wat je aangeboden krijgt niet past, zoek dan verder. Probeer uit alles wat je aangeboden krijgt het beste te halen: soms betekent het dat je vb. in een opname een aantal werkvormen erbij moet nemen, ook al zijn die niet zo zinvol voor jou op dat moment. Zoek dan naar wat je eruit kan meenemen: dat kan bijvoorbeeld ook zijn dat je voor jezelf ziet dat je op dat ene thema al ver vooruit bent gegaan in het verleden, dat je daar zelfs tips aan lotgenoten kan geven.

donderdag 13 februari 2014

Hebben veel mensen een terugval? Kan je wel helemaal herstellen?

Herstellen van een eetstoornis doe je niet in 1-2-3. Dat gaat altijd met vallen en opstaan. In die zin is een “terugval” heel normaal en hoort dat gewoon bij het herstelproces. Het is niet zo dat je een behandeling van 20 sessies kan volgen en dat daarmee voor altijd je probleem opgelost is. Eetstoornissen hebben met zoveel verschillende factoren te maken en grijpen heel erg in in het (psychische) leven van mensen. Je moet ook elke dag minstens 3 keer eten, dus je wordt elke dag opnieuw geconfronteerd met het moeilijkste wat er is voor die persoon. Gemiddeld gesproken duurt het 7,5 jaar voor mensen met een eetstoornis herstellen, maar dat kan variëren van 6 maanden tot langer dan 30 jaar.

Je kan op voorhand nooit weten hoelang het bij jou zal duren. Maar geef jezelf de tijd om jezelf beter te leren kennen en om met je problemen aan de slag te gaan. En maak er elke dag opnieuw het beste van. Leer uit je tegenslagen. Dat is de enige manier om vooruit te geraken, om aan je persoonlijke herstel te werken. (tip van een ervaringsdeskundige)


Onderzoek (Steinhausen, 2002) toont aan dat ongeveer 50% volledig herstelt van een eetstoornis, 30% verbetert maar houdt problemen en 20% blijft langdurig ziek. Na verloop van tijd zal 1/20 overlijden aan de gevolgen van de eetstoornis (1/3 door zelfdoding en 2/3 door lichamelijke complicaties).

zondag 27 januari 2013

Medicatie bij eetstoornissen?

Regelmatig stellen mensen ons de vraag of er medicatie is die werkt tegen eetstoornissen. Soms gaat het om mensen die al heel wat hebben uitgeprobeerd en die de moed beginnen te verliezen. Ondanks hun voorkeur om de problemen zelf aan te pakken en soms zelfs hun weerstand tegen medicatie zijn ze op zoek naar alternatieve manieren om vooruitgang te kunnen ervaren. Daarnaast zien we mensen die hopen op een snelle oplossing. Vaak gaat het om mensen die nog niet lang een eetstoornis hebben, of mensen uit de omgeving die alle opties willen verkennen. Nog andere mensen hebben gehoord dat anorexia een hersenziekte is en veronderstellen dat er daarvoor dan wel medicatie zal bestaan (zoals dat bij ADHD of depressie duidelijker het geval is).
 
De vraag of er werkzame medicatie is in de behandeling van eetstoornissen heeft echter een kort en een lang antwoord. Het korte antwoord is dat er tot op de dag van vandaag geen enkel medicijn uitgevonden is dat de oorzaken van eetstoornissen kan wegnemen, of dat een eetstoornis kan genezen.
Het lange antwoord is genuanceerder. Zo weten we uit diverse metastudies en ervaringen van hulpverleners dat medicatie wel een ondersteuning kan bieden in het herstelproces. Deze medicatie werkt echter niet in op de eetstoornis zelf, maar wel op een aantal symptomen. Van heel wat medicatie weten we vandaag nog steeds niet goed hoe de werking in elkaar zit. Het enige dat we weten is dat er voor een groep mensen verbetering kan optreden op het gebied van specifieke symptomen.
 
Van welke medicatie weten we uit onderzoek dat ze een bijdrage kunnen leveren in het herstelproces?
Om op deze vraag te antwoorden raadplegen we diverse internationale richtlijnen. Zo bracht het Trimbosinstituut in 2006 in Nederland de “Multidisciplinaire richtlijn eetstoornissen” uit. Hierin wordt o.a. ook verwezen naar andere richtlijnen, zoals de Engelse NICE-richtlijn (2004), de Amerikaanse APA-richtlijn (2000) en de Australische richtlijn van de RANZCP (2003).
Onthouden we hierbij wel dat de resultaten van medicatie-onderzoek spreken over gemiddelden. Dit wil zeggen dat een groep die een bepaald soort medicijn neemt het gemiddeld gesproken beter doet dan een groep die deze medicatie niet neemt. Hiermee kunnen we echter geen uitspraken doen over individuele situaties. Met andere woorden: we weten uit dit soort onderzoeken dat sommige medicatie gemiddeld gesproken beter werkt dan “niets”, maar we kunnen niet voor jou persoonlijk zeggen wat het resultaat zal zijn.
 
Uit de richtlijnen en diverse onderzoeken kunnen we enkele algemene uitspraken afleiden:
  1. Bij anorexia nervosa werd geringe evidentie gevonden voor de werkzaamheid van atypische antipsychotica. Dit is dus medicatie die oorspronkelijk ontwikkeld werd voor mensen die lijden aan psychosen. Vaak zien we dat medicatie die oorspronkelijk voor één bepaalde aandoening ontwikkeld werd ook positieve effecten heeft op andere aandoeningen. Onderzoekers vermoeden nu dat zoiets het geval is bij deze atypische antipsychotica. Ze blokkeren de dopamine type 2 recepteren (5- HT2A). Hierdoor vermindert de hyperactiviteit van het serotonerg systeem (dit wil zeggen dat er een invloed is op de overdracht van serotonine in de hersenen). Concreet leidt deze medicatie tot gewichtstoename en tot veranderingen in cognities en angstgevoelens. Patiënten geven aan dat ze meer ruimte in hun hoofd krijgen om te denken, dat het zwart-wit-denken meer grijs toelaat. Het gebruik van lythium (medicatie die o.a. wordt voorgeschreven aan mensen met een bipolaire stoornis) wordt bij anorexia nervosa afgeraden, aangezien het bij deze doelgroep tot toxiciteit (vergiftiging) kan leiden.
    Indien men na gewichtsherstel vermoedt dat de kans op terugval aanzienlijk is, raadt de Multidisciplinaire Richtlijn aan ter preventie een selectieve serotonineheropnameremmer  voor te schrijven (vb. fluoxetine). De werkgroep is van mening dat bij braken een zuurremmer kan worden overwogen. Metoclopramide of cisapride worden echter afgeraden vanwege het risico op hartritmestoornissen.
  2. Mensen met anorexia nervosa en daarnaast obsessief-compulsieve stoornis blijken gemiddeld gesproken baat te hebben bij medicatie zoals Seroxat of Cipramil.
  3. Voor mensen met eetbuien (BN en BED) kunnen bepaalde antidepressiva, nl. de selectieve serotonineheropnameremmers (vb. Fluoxetine, werkzame dosis 60 mg), leiden tot een afname van het aantal eetbuien. Een specifiek middel tegen epilepsie, nl. topiramaat, blijkt onverwachts ook voor de eetstoornis-doelgroep positieve resultaten op te leveren. Verder onderzoek blijft wel nodig. De Multidisciplinaire Richtlijn geeft duidelijk aan dat een combinatie van cognitieve gedragstherapie en antidepressiva betere resultaten oplevert dan wanneer men enkel medicatie gebruikt. De resultaten zijn het beste voor de afname in het aantal eetbuien en minder duidelijk voor purgeergedrag (braken en laxeren). Er werden nog geen aanwijzingen in onderzoek gevonden dat medicatie ook op langere termijn een meerwaarde zou hebben voor het herstel. Voor het gebruik van eetlustremmers of anti-braakmiddelen werd onvoldoende bewijs gevonden om te stellen dat er een invloed kan zijn op het aantal eetbuien of op het purgeergedrag.
Bij alle resultaten moeten we de bedenking maken of ze wel veralgemeend kunnen worden naar kinderen en jongeren. De onderzoeken die opgenomen werden in de Multidisciplinaire Richtlijn handelen immers voornamelijk over onderzoek bij volwassen patiënten.
 
Andere medische ingrepen
 
Diepe hersenstimulatie bij anorexia nervosa is een techniek die momenteel nog in de experimentele fase zit. Bij deze ingreep worden elektroden (hoog technologische draadjes) in een welbepaalde kern in de hersenen ingeplant en wordt een kleine elektrische stroom vanuit een soort pacemaker (de neurostimulator) via die elektroden in het hersenweefsel gestuurd.
De eerste resultaten zijn veelbelovend, hoewel het hier gaat om een erg beperkte groep proefpersonen (Sun: 20 patiënten). De kleine aantallen mensen met anorexia nervosa die aan dit soort onderzoek deelnemen hebben een eetstoornis die op geen enkele andere therapie of medicamenteuze behandeling positief reageerde. Na deze ingreep steeg het gewicht beduidend en mensen ervaarden een significante verbetering in obsessief-compulsieve en in angstsymptomen. In het onderzoek van dr. Bomin Sun van het Shanghai Jiao Tong universiteitsziekenhuis kregen 15 patiënten twee kleine elektrodes ingeplant die de nucleus accumbens stimuleerden. Deze elektrodes kunnen aan- en uitgeschakeld worden. De ingreep brengt geen schade toe aan het hersenweefsel, in tegenstelling tot een operatie waarbij hersengebieden doorgesneden worden (vb. de capsulotomie, zie verder). De nucleus accumbens zijn kleine gebiedjes in het voorste deel van de hersenen, die verantwoordelijk geacht worden voor ons “beloningssysteem”. Ze zorgen er dus voor dat we genot of plezier of beloning ervaren na het stellen van een specifiek gedrag.
 Twaalf van deze patiënten kregen ook een capsulotomie met behulp van bestraling. Dit is een operatieve ingreep (die dus niet ongedaan gemaakt kan worden) waarbij het voorste deel van de hersenen gescheiden wordt van de onderliggende gebieden. Deze ingreep is vooral bekend bij mensen met ernstige dwangmatige klachten. Nadien ervaart meer dan de helft van mensen met OCD (obsessive-compulsive disorder) enige vermindering van de dwangklachten, maar er treden ook bij 30 à 40% van de patiënten bijwerkingen op zoals vervlakking van emoties.
De drie patiënten uit het onderzoek van dr. Sun die enkel diepe hersenstimulatie ondergingen maakten wel vooruitgang op het gebied van obsessief-compulsieve en angstsymptomen, maar niet wat betreft eetgedrag. Bijwerkingen zoals incontinentie, geheugenverlies en verwarring werden opgemerkt bij enkele patiënten die de capsulotomie ondergingen, maar niet bij de patiënten die diepe hersenstimulatie kregen.
 
Het onderzoek naar dit soort medische ingrepen staat nog in de kinderschoenen. Talrijke ethische vragen kunnen gesteld worden over de wenselijkheid van dergelijke ingrepen. De Europese Academie die zich over de wenselijkheid buigt geeft alvast aan dat de ingrepen enkel toegepast mogen worden bij mensen die ernstig lijden en die therapieresistent beschouwd worden, of met andere woorden: zij reageren onvoldoende op medicatie of op een therapeutische behandeling die minstens een aantal maanden met volle inzet werd gevolgd. Voorlopig kunnen we wel stellen dat deze medische ingrepen niet de voorkeursbehandeling zijn bij eetstoornissen.
Bronnen
  • Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijn ontwikkeling in de GGZ. Multidisciplinaire richtlijn eetstoornissen. Diagnostiek en behandeling van eetstoornissen. Trimbos-instituut, 2006.
  • Promising Results For Treating Anorexia Nervosa With Deep Brain Stimulation, International Neuromodulation Society.Medical News Today, 2008. (www.medicalnewstoday.com)
  • 'Het is niet wat het is, het is wat je ermee doet'. Mogelijkheden en grenzen van neurowetenschappen voor het menselijke gedrag.Collationes, 41 (4), 2011, 381-393.