Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label omgeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label omgeving. Alle posts tonen

woensdag 12 februari 2014

Je eetstoornis verhullen onder lagen kleding en bedrog...

Welke manieren van verstoppen/verzwijgen van de ziekte hebben jullie al ervaren?


Dat is voor elke persoon  natuurlijk anders. Er zijn mensen die veel lagen kledij over elkaar aan doen (vb. een dikke broekkous en daarover een stevige jeans, verschillende T-shirts en truien), er zijn mensen die kampioen zijn in het verzinnen van uitvluchten dat men al gegeten heeft of geen honger heeft, of een fysiek probleem heeft waardoor men moeilijk voedsel verteert (vb. mensen die zeggen dat ze een maag- of darmprobleem hebben – trouwens, soms is dat ook écht zo, dus het is niet altijd duidelijk of mensen een uitvlucht verzinnen of ook echt een fysiek probleem hebben: je kan dus nooit zomaar zeggen dat iemand “liegt”, er is in zo’n situaties een medisch onderzoek nodig).

Mensen met een eetstoornis verhullen de problemen niet om jou te pesten of dwars te liggen. Wel omdat ze zo angstig zijn, omdat ze het gevoel hebben dat de eetstoornis hen recht houdt in het leven, omdat het een schijngevoel van controle geeft. Zolang mensen niet weten hoe een leven zonder eetstoornis er voor hen zou kunnen uitzien zullen ze het erg eng vinden om de eetstoornis te moeten loslaten. We horen mensen bijvoorbeeld vaak zeggen: wie ben ik dan, zonder eetstoornis? Of: kan ik dat wel, leven zonder eetstoornis?

Bij anorexia nervosa is het echter na verloop van tijd wel duidelijk dat er meer aan de hand is. In tegenstelling tot mensen met boulimia nervosa, die vaak een heel normaal gewicht hebben en die soms jaren aan een stuk met een verborgen eetstoornis rondlopen. Mensen met ondergewicht of mensen die op korte tijd heel veel vermageren op een ongezonde manier: dat valt op voor de omgeving en dus zal er veel sneller reactie komen vanuit de omgeving. Bij mensen die redelijk stabiel blijven qua gewicht zal die reactie er niet komen. En voor mensen met gewichtsschommelingen of gewichtstoename (in het geval mensen eetbuien hebben) kan er ook wel reactie komen, maar de omgeving zal zelden aan een eetstoornis denken. Veel vaker komen er vragen zoals "ben je zwanger?" of "heb je veel stress, want je bent zoveel aangekomen?" of "zou je niet wat op je gewicht gaan letten?" (zonder verder te vragen hoe het komt dat iemands gewicht zo onstabiel is).

Als reacties uit de omgeving kwetsend zijn, zullen mensen met een eetstoornis nog minder geneigd zijn om hun eetstoornis te "onthullen". Ze zullen zich blijven verstoppen en zich eenzaam voelen, omdat niemand hen lijkt te begrijpen.

Warme, open en bezorgde reacties uit de omgeving zijn veel uitnodigender.
Hoe kan je dat aanpakken?
Vraag hoe het met iemand gaat, of zeg dat je merkt dat iemand er niet gelukkig/gezond uit ziet, zeg dat je je zorgen maakt om hoe de ander zich voelt en stel voor om erover te praten (met jou of met een andere vertrouwenspersoon).


woensdag 29 januari 2014

Als je als vriend(in) wil helpen...

We krijgen regelmatig de vraag van vrienden en vriendinnen hoe ze het beste kunnen reageren wanneer zij vermoeden dat een vriend(in) een eetstoornis heeft.
 
Op basis van een recent verschenen Engelstalige blogpost willen we jullie een aantal tips meegeven:
 
  • Het is niet mogelijk om vast te stellen of iemand een eetstoornis heeft door enkel en alleen rekening te houden met gewicht of uiterlijk. Een laag gewicht of opvallende veranderingen in het gewicht kunnen wel signalen zijn van een eetstoornis. Maar iemand die er "anorectisch uitziet" hoeft niet per se een eetstoornis te hebben, zoals iemand die er "gezond" uitziet misschien wel aan een verborgen eetstoornis lijdt. Om die reden is het belangrijk om ook te letten op gedragskenmerken die er op kunnen wijzen dat jouw vriend een eetstoornis heeft. We denken daarbij aan: iemand die maaltijden overslaat, extreem gaat sporten of regelmatig na de maaltijd naar het toilet verdwijnt na de maaltijd.
  • Wanneer je vriend hulp nodig heeft, moedig hem of haar dan aan om erover te praten met een professionele hulpverlener. Deskundige hulpverleners zijn goed geplaatst om mensen met een eetstoornis of met een verstoord eetpatroon te helpen. Probeer niet zelf om de rol van de therapeut over te nemen. Daardoor verandert jullie relatie en kan het zijn dat je vriend niet meer bij je terecht kan voor echte "vriendendingen". Daarnaast put het je ook uit, waardoor jij zelf ook minder in staat zal zijn om de ander te helpen. Ga niet zelf allerlei theorieën verzinnen over de redenen waarom jouw vriend een eetstoornis heeft ontwikkeld. Ook allerlei suggesties geven over wat iemand moet doen om beter te worden kan overweldigend overkomen. Wat je wel kan doen, is jouw vriend ondersteunen in het proces van het zoeken naar gepaste professionele hulp. Wacht niet tot de eetstoornis heel ernstig wordt voordat je met hem of haar erover praat. Hoe sneller je vriend(in) hulp zoekt, hoe beter. Eetstoornissen blijken beter te reageren op een vroegtijdige aanpak. Hoe sneller er stappen naar herstel gezet kunnen worden, hoe minder lang je vriend(in) in de eetstoornis gevangen zal zitten en zal lijden.
  • Wanneer je het gesprek aangaat, respecteer dan de fase van het herstelproces waar je vriend(in) op dat moment in zit. Voor iemand die nog niet klaar is om te erkennen dat er een probleem is, kan het contraproductief zijn wanneer je hem of haar dwingt om hulp te gaan zoeken. Het kan er zelfs toe leiden dat het contact tussen jullie stukloopt. Zelfs al maak je je zorgen om de gezondheid van je vriend(in), laat je toch niet verleiden om je vriend(in) tot iets te dwingen waar hij/zij nog niet klaar voor is. (Natuurlijk kunnen er uitzonderlijke situaties zijn wanneer iemands medische situatie toch dringend hulp vereist, vb. wanneer iemand bloed braakt of flauwvalt,... In zo'n gevallen is het wel belangrijk om er op aan te dringen medische hulp in te roepen). Stel echter geen ultimatums, zoals: "Als je geen hulp zoekt, dan stopt onze vriendschap". In de plaats daarvan kan je jouw bezorgdheid uitspreken ("Ik ben echt bezorgd om je, want ik merk dat je maaltijden overslaat, veel gewicht bent verloren en niet meer de vrolijke versie van jezelf bent."). En verder is het belangrijk om je oren goed te spitsen en écht te luisteren: vraag hoe het met iemand gaat, waar hij/zij zich zorgen om maakt, hoe jij kan helpen. Probeer in zo'n gesprek zo onbevooroordeeld mogelijk te zijn, ook als je dingen hoort die je niet begrijpt.
  • Heb geduld. Ook als je vriend(in) wel degelijk een probleem heeft kan het een tijd duren voor hij/zij dat kan of durft erkennen. Blijf er zijn als steunende vriend, ook als je vriend(in) nog niet klaar is voor (meer) hulp. Dat wil echter niet zeggen dat je moet meegaan in de eetstoornis. Wanneer je vriend(in) bijvoorbeeld vraagt om samen een intensieve sportprestatie te doen (vb. 10 km of meer gaan lopen) en jij voelt je er niet goed bij, stel dan een alternatieve activiteit voor. Wanneer je vriend(in) verwacht dat je mee liegt om de eetstoornis verborgen te houden, is het oké om "nee" te zeggen. Je mag jouw grenzen aangeven.
  • Wanneer je vriend(in) professionele hulp inroept en een behandeling opstart, kan hij of zij veel nood hebben aan de aanhoudende steun van vrienden en familie, ook na de behandeling! Deze steun kan ontzettend veel verschillende vormen aannemen. Het hoeft ook zeker niet te beteken dat er over de eetstoornis gesproken moet worden. Heel wat mensen met een eetstoornis vinden het ontzettend deugddoend om ook mensen te hebben waar ze samen fijne dingen te kunnen doen die helemaal niets met de eetstoornis te maken hebben. Wanneer je als vrienden samen activiteiten doet, helpt dat je vriend(in) om zich meer "mens" te voelen en minder "stoornis". 
  • Wees je er van bewust dat de onderwerpen en afspraken van de behandeling een zaak zijn tussen jouw vriend(in) en de hulpverlener. Zit er dus niet heel de tijd naar te vissen. Mensen hebben soms de veilige ruimte van een therapie nodig om dingen te bespreken waar ze heel erg mee in de knoop zitten. Als jouw vriend(in) erover wil praten en jij voelt je er comfortabel genoeg bij om te luisteren, dan is dat natuurlijk prima.
  • Vermijd zoveel als mogelijk om opmerkingen te geven die te maken hebben met gewicht of uiterlijk. Zelfs positieve en goedbedoelde opmerkingen (vb. "je ziet er al veel beter uit") kunnen een trigger zijn, vooral wanneer iemands gewicht tijdens een behandeling veranderd is. Maak ook geen opmerkingen over het gewicht of uiterlijk van andere mensen in aanwezigheid van je vriend(in). Door dit te doen zou je immers de indruk geven dat de waarde van mensen afgeleid kan worden van hun gewicht of uiterlijk.
  • Onthoud dat jouw vriend(in) een complexe persoon is, die ook veel meer is dan de eetstoornis. Het is belangrijk om je vriend(in) te blijven zien en behandelen als een volledige persoon en om in jullie relatie voldoende ruimte te houden voor dingen die niets met de eetstoornis te maken hebben. Een van de beste manieren om een vriend(in) te helpen die herstelt van een eetstoornis, is door er gewoon te zijn als vriend.
  • Haal jezelf niet onderuit wanneer je vriend(in) niet openstaat voor jouw inspanningen om te helpen. Hoe goed jij ook je best doet, het is best mogelijk dat jouw vriend(in) nog niet klaar is voor hulp. Of jouw vriend(in) hulp zoekt ligt niet in jouw handen, het is niet jouw verantwoordelijkheid. We willen dan ook besluiten met de tip om vooral ook goed naar je eigen behoeften te luisteren. We zien vaak dat mensen uit de omgeving heel veel investeren, maar daarbij over hun eigen grenzen gaan. Door goed voor jezelf te zorgen ben je niet alleen een goed voorbeeld, maar daardoor houd je ook maar voldoende energie over om er voor je vriend(in) te zijn.
Heb je behoefte aan een gesprek hierover?
Neem dan gerust contact met ons op!
 
 
 

maandag 18 maart 2013

Similes - voor omgeving

Similes organiseert op diverse locaties activiteiten voor het ruime publiek en in het bijzonder voor familieleden van personen met psychische problemen, vrienden, collega’s, studenten. Een persoonlijk onthaal, persoonlijke getuigenissen en de ontmoetingskansen maken onze bijeenkomsten zeer karakteristiek.

Op hun website lees je steeds de laatste update van hun kalender en activiteiten:
http://nl.similes.be/page?page=kalender

Sommige activiteiten zijn ook bijzonder interessant voor de familieleden, partners en andere betrokken in de zorg voor een persoon met een eetstoornis.
Misschien zit er ook iets voor jou tussen?

zaterdag 9 maart 2013

Info voor ouders en omstanders

Voor ouders en omstanders is het vaak lastig om in te schatten wat hun dochter of vriendin voelt. Want hoe is het om een eetstoornis te hebben? Het is lastig dat te begrijpen en misschien zegt ze zelf tegen je; ‘'Je zult het toch nooit begrijpen, als je het zelf niet hebt gehad.'' Een opmerking die misschien voor een groot deel wel waar is, maar als verwijt kan voelen voor de ouder. Want je zou het zo graag wat beter snappen.
moeder en dochter
Er bestaan een hoop misverstanden rondom eetstoornissen, waardoor het nog net even wat moeilijker wordt om iemand met een eetstoornis goed te begrijpen. Ook het herkennen van een eetstoornis is voor omstanders vaak lastig hierdoor. Want wat is het nou precies behalve weinig eten, eetbuien en braken? En wanneer is het serieus? Een paar vooroordelen over eetstoornissen hebben we hier onder op een rij gezet, met daarbij uitleg en tips.
Er bestaan ook wel wat mythes of veronderstellingen: lees er hier meer over.

dinsdag 5 februari 2013

Tips voor omgeving (familie)

Op hun website geeft vzw Eetexpert een overzicht van tips voor de omgeving (familie) van mensen met een eetstoornis.
 
http://www.eetexpert.be/bezoekers/tips-gezin
 
Je vindt er:

zaterdag 16 juni 2012

Informatiebrochures psychische problemen

Heb je een vermoeden dat iemand uit jouw omgeving een psychisch probleem heeft?
Ben je bezorgd om de moeilijkheden die je zelf ervaart?

Op de website van de Vlaamse Vereniging Geestelijke Gezondheidszorg vind je een reeks brochures waarin je meer informatie kan vinden over diverse psychische problemen en plaatsen waar je meer hulp kan vinden.
Het gaat om:
Bij eetstoornissen komen soms nog andere problemen samen voor. Dit noemen we met een geleerde term "comorbiditeit": het samen voorkomen van twee (of meer) psychische problematieken. Bij eetstoornissen gaat het dan vaak om: depressie, borderline, angststoornissen, dwangstoornissen, verslaving,...
Daarnaast kunnen mensen met eetstoornissen ook problemen hebben met: pesten, rouw, slaapstoornissen, mishandeling en verwaarlozing, stress, overspannenheid en burn-out, suïcidegedachten,... Maar ook andere problemen kunnen samen voorkomen met een eetstoornis. Elke mens is immers uniek, wat maakt dat de problemen die iemand ervaart soms erg complex kunnen zijn. 

woensdag 16 mei 2012

Hoe een vriendin helpen met een eetstoornis?

Ik zit met de vraag: hoe kan ik mijn beste vriendin helpen, want volgens mij lijdt ze aan anorexia nervosa. Vroeger maakte ze een periode van vermagering en depressie door. Dan werd ze zwanger en ging het een tijd beter. Maar na de geboorte, zelfs de eerste dag in het ziekenhuis, at ze bijna niets meer. Ze viel intussen 20 kg af. Nu blijven haar maandstonden weg terwijl ze terug zwanger probeert te worden. Wat kan ik voor haar doen? Volgens mijn ouders bemoei ik mij daar best niet mee. Maar ik wil mijn beste vriendin haar lichaam en tenslotte haar gezin niet kapot laten maken. Kunt u mij raad geven om dit zo goed mogelijk aan te pakken?

Goede vriendinnen moeten ook moeilijke dingen kunnen bespreken; daarom raad ik aan je bezorgdheid rechtstreeks met haar te bespreken. Zeker als ze opnieuw zwanger wil worden kan een ‘sluimerende eetstoornis’ een risico inhouden, niet alleen wat vruchtbaarheid betreft maar ook bij een zwangerschap kan een eetprobleem ernstige gevolgen hebben. Als ze niet echt open staat voor een gesprek hierover is dit ‘verdacht’, want dan heeft ze iets te verbergen of ontkennen. Op dat moment moet soms de druk van buitenaf verhoogd worden om haar tot inzicht te brengen en hulp te vragen. Uiteraard speelt haar partner hierbij een cruciale rol en bespreek je dit ook best met hem.

Hoe omgaan met iemand met een (vermoedelijke) eetstoornis?

Ik ben tewerkgesteld in een dagcentrum binnen bijzondere jeugdzorg. Onze doelgroep bevat kinderen en jongeren van 6 tot 18 jaar die te maken hebben met een problematische opvoedingssituatie. 
Momenteel is er een meisje bij ons in begeleiding waarvan wij het vermoeden hebben dat ze een eetstoornis heeft. Als hulpverlener blijft het echter moeilijk om met deze materie om te gaan. Wat zijn de do's and dont's om dit meisje (en haar omgeving) adequaat te begeleiden en vooral: waar ligt onze taak als dagcentrum? 

Hoe te reageren bij het vermoeden van een eetstoornis is inderdaad een delicate kwestie. Goed dat u zich dan ook eerst even informeert!

Ook voor ons blijft zoiets echter heel moeilijk, omdat er niet één "beste manier" bestaat om het probleem aan te kaarten. Op onze website kan je een document terugvinden dat we ook doorsturen naar mensen die zelf eigenlijk geen opvoedingstaak hebben, maar eerder vrienden, (jeugd)begeleiders of collega's zijn van iemand met (vermoeden van) een eetstoornis: informatie_hoe reageren bij vermoeden van eetstoornis. Daarin vindt u misschien toch ook al enkele aandachtspunten.

Ik vermoed dat het dagcentrum voornamelijk een opvoedingsondersteunende en pedagogische rol heeft. Op zich lijkt het me dan wel aangewezen dat jullie in ieder geval jullie bezorgdheid uiten naar de ouders en in de eerste plaats ook naar het meisje zelf toe. Zoals ik in het document ook ergens beschrijf: hou het bij objectieve dingen (gedragingen die je hebt opgemerkt, opmerkingen die ze heeft gemaakt) en doe het op niet-beschuldigende wijze.
Ik weet niet hoe problemen doorgaans worden aangepakt in het dagcentrum, maar ik kan me voorstellen dat het voor het meisje erg bedreigend zou zijn indien een eerste gesprek meteen met begeleiding én ouders is. Hoe meer mensen erbij zijn, hoe bedreigender de situatie en hoe moeilijker voor haar om open te praten.

Iets anders wat ik ook altijd meegeef: het eten mag dan wel het meest zichtbare en verontrustende gedrag zijn, maar bij een eetstoornis gaat het om veel méér dan enkel niet of teveel eten. Een eetstoornis kan je eigenlijk zien als een (ongezonde en zelfs potentieel dodelijke) manier om met problemen om te gaan. Blijkbaar voelt dat meisje zich niet goed in haar vel en zijn er dingen waar ze geen blijf mee weet. Door zich extreem te focussen op (niet-)eten hoeft ze zich niet meer bezig te houden met allerlei andere belastende dingen. Het is een soort copingmechanisme, om pijn te vermijden, om controle te houden in een leven dat misschien wel erg onvoorspelbaar en chaotisch is. Eten is iets waar zij wél controle over kan houden, want alleen zij bepaalt wat binnenkomt en wat niet.
Probeer daarom vooral ook aandacht te hebben voor haar algemeen functioneren. Bevraag waar ze het moeilijk mee heeft, zoek samen naar gezondere uitwegen om problemen of probleemsituaties op te lossen of minstens draaglijker te maken.

Als er gezamenlijke maaltijden zijn in het dagcentrum, maak dan de afspraak dat ze minstens bij de maaltijd aan tafel moet gaan zitten. Je kan aangeven dat je graag hebt dat ze toch iets eet, omdat ze het lichamelijk ook nodig heeft. Maar ga niet controleren of werken met straffen of beloning. Dan krijgt het eten een betekenis die het niet zou mogen hebben (een manier om vb. aandacht te krijgen of in opstand te komen tegen begeleiders). Wat je vb. ook wel kan doen, is vragen of er dingen zijn die haar kunnen helpen om het eten aangenamer te maken voor haar. Misschien helpt het wanneer ze aan het einde van een tafel kan gaan zitten en niet temidden een tumultueuze bende (bij wijze van voorbeeld). Laat niet toe dat ze ergens helemaal alleen en apart gaat zitten, want eten moet ook een sociale gelegenheid blijven.
Probeer geen commentaar te geven tijdens het eten zelf. Dat is op zich al zo'n stresserend moment dat er geen extra commentaar meer bijkan. Als je haar wil prijzen of wilt vragen hoe het eten verliep, doe dat dan achteraf.

Het is onduidelijk hoelang het probleem al aanwezig is, maar eigenlijk is het wel belangrijk dat er zo snel mogelijk iets wordt gedaan. We weten uit onderzoek immers dat hoe sneller iemand geholpen wordt, hoe meer kans er bestaat dat mensen helemaal genezen.
Vaak is daarbij bijkomende professionele hulp nodig. Wij raden de mensen eigenlijk altijd aan om eens op gesprek te gaan bij een psycholoog, psychiater of psychotherapeut die kennis heeft van de problematiek. Dat kan in een CGG, maar dat kan ook bij een privé-hulpverlener. Een lijst van deze laatsten kan altijd bij onze vereniging aangevraagd worden: u stuurt de postcode of de gewenste regio door en dan zenden wij u een lijst door van gespecialiseerde hulpverleners.

Als jullie er de tijd voor kunnen vrijmaken, lijkt het me in eerste instantie goed om zoveel mogelijk zélf op te pakken. Dat meisje zal wellicht al veel hebben meegemaakt (gezien de Problematische OpvoedingsSituatie) en het moeilijk hebben om mensen in vertrouwen te nemen over haar persoonlijke problemen. Als jullie dan toch merken dat de problematiek te zwaar is om zelf aan te pakken, begeleid haar dan zo goed mogelijk naar een gesprek met een andere hulpverlener. Als ze weet wat zo'n gesprekken inhouden (niet enkel over eten, maar ook over wie zij is en wat voor haar moeilijk loopt en hoe zij zelf eigenlijk weer beterschap wil in haar leven), dan is het veel minder bedreigend.

Misschien nog enkele aanraders:
- lees een boek over de problematiek. De boeken van Johan Vanderlinden (Anorexia/Boulimia overwinnen) zijn een aanrader, maar ook andere boeken kunnen helpen om een beeld te krijgen van de problematiek en om ook zicht te krijgen op de stappen die iemand moet doorlopen om te genezen.
Op onze website vind je een overzicht van de boeken in onze bibliotheek, met daarbij steeds een korte inhoud.
- voor hulpverleners werd in Nederland de "Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van eetstoornissen" uitgevaardigd. Hoewel de situatie in België natuurlijk wel iets anders is, geeft deze richtlijn toch ook voor ons duidelijke aanwijzingen over de aanpak van het probleem:
http://www.cbo.nl/product/richtlijnen/folder20021023121843/rl_eetst_2006.pdf?
- Een signalenkaart en informatiebrochure met daarbij nog eens heel kort de belangrijkste aspecten op een rijtje zijn te downloaden via http://www.gevangeningewicht.nl/materiaal-bestellen.21.html

Hoe het vermoeden van een eetstoornis aankaarten?

Ik heb uitgebreid de website gelezen en ik vermoed dat een werknemer die bij mij in dienst is anorexia heeft. Maar ik ben de werkgever: wat kan en mag ik doen. Ik ben van plan om met haar te praten om haar te helpen maar wat moet ik dan doen als zij het ontkent. Zij vindt het bij ons erg fijn, maar misschien wordt zij dan alleen maar ongelukkiger als zij weet dat wij dat geconstateerd hebben. Of moet ik met haar ouders gaan praten, maar dat vind ik weer niet netjes tegenover haar. Zij is 16 jaar. Waar doe ik goed aan, moet ik het probleem benoemen of moet ik eerst aan haar vragen of zij privé ook gelukkig is? Ik vind het een hele fijne lieve medewerker en ik wil het niet verpesten doordat ik mij daarmee ga bemoeien. 

Ik lees dat je erg bezorgd bent over een werknemer. Goed dat je je informeert over het probleem, want dan weet je toch wat beter waar het probleem mee te maken heeft. Er is geen "correcte aanpak" om iemand met een (vermoeden van) eetstoornis aan te spreken, maar ik kan je wel enkele tips geven. 
* Ga in geen geval meteen beschuldigen of zeggen dat je denkt dat ze een eetstoornis heeft. Misschien is er wel iets anders aan de hand, of er is inderdaad sprake van een eetstoornis, maar als ze daar zo direct over aangesproken wordt, kan dat heel bedreigend overkomen.
Beter is het om te zeggen dat je je zorgen maakt, waarbij je haar dan uitlegt om welke gedragingen het gaat (uit welke dingen leid je af dat ze misschien wel een eetstoornis zou kunnen hebben?) en dat die gedragingen voor jou misschien wel bij een eetprobleem zouden kunnen horen. Geef ook heel duidelijk aan dat je er misschien naast zou kunnen zitten, maar dat je je dus wel zorgen maakt.
* Vraag of ze herkent wat je zegt, of niet. Dan laat je haar de keuze om erop in te pikken, of om misschien toch een andere verklaring te geven, of om te zeggen dat ze er liever niet met jou over praat.
* Vraag hoe het gaat in haar leven, of ze gelukkig is, of dat er misschien problemen zijn waar ze over wil praten.
* Stel dat ze liever niet met jou praat, geef dan aan dat je toch liefst hebt dat ze met iemand anders gaat praten die ze in vertrouwen kan nemen. (Misschien krijgt ze al begeleiding: laat het dan aan die begeleiding over en geef verder aan dat je wel openstaat voor een gesprek als ze daar behoefte aan zou hebben.) Zeg haar ook dat je haar een fijne medewerkster vindt en dat ze een toffe persoon is. Dat geeft vertrouwen en het is ook goed om te horen voor haar zelfvertrouwen.
* Stel dat ze aangeeft dat ze inderdaad een eetprobleem/-stoornis heeft, vraag dan of ze hulp heeft en indien niet, of ze het zou zien zitten om hulp in te schakelen.
Je kan haar ook ons website-adres geven. Ze kan zich daar eens informeren over de ziekte en er is ook een forum, waar ze met lotgenoten in contact kan komen en eens met anderen kan praten over hoe het is om een eetstoornis te hebben en hoe je het aanpakt om zoiets vb. tegen je ouders te vertellen of om vb. hulp te zoeken. Ook jij kan er misschien nog wel wat extra tips vinden.
* Ga in geen geval achter haar rug om met haar ouders praten. Dat kan voelen als verraad en dat zal jullie relatie erg onder druk zetten. Je kan wél aangeven dat je vindt dat ze er met haar ouders over moet praten, zodat zij haar kunnen steunen. Vermoedelijk hebben haar ouders intussen ook wel door dat er "iets" aan de hand is, maar misschien beseffen ze nog niet helemaal wàt het precies is. Tenzij je vindt dat ze door haar eetstoornis niet meer naar behoren kan functioneren op het werk, zou ik haar ouders dus niet zélf benaderen. Als je merkt dat ze zich vaak duizelig voelt of als ze flauwvalt, dan zijn er ook medische redenen waarom je haar ouders toch zou kunnen aanspreken, maar doe dat alleen maar nadat je het meisje erover hebt aangesproken. Zeg dat je bezorgd bent en dat je haar ouders wil inlichten over jouw bezorgdheid, omdat je het gevoel hebt dat ze toch hulp nodig heeft (al is het misschien eens naar de huisarts gaan of eens praten met een begeleider op school)...  
Dit zijn in algemene lijnen enkele bedenkingen die ik je kan meegeven. Kies een rustig moment uit als je haar aanspreekt en doe het ergens apart, zodat niet iedereen hoeft te weten dat ze ergens over aangesproken wordt.

Hoe kunnen vrienden helpen?

That's what friends are for...

Burt Bacharach wist het al:  vrienden spelen een cruciale rol in het leven van een mens.  Dit geldt voor iedereen, maar zeer zeker voor jonge meisjes die lijden aan anorexia.

Vertaling en samenvatting: Katleen

Voor deze adolescenten blijkt het immers zeer moeilijk om vriendschapsbanden op te bouwen en te onderhouden. Eerder onderzoek (Lacharité, 1991) toont aan dat de meisjes in deze leeftijdsgroep erg kwetsbaar zijn.  Een laag zelfbeeld en weinig vertrouwen in hun eigen capaciteiten leidt bij velen onder hen tot een gevoel van minderwaardigheid.  Ze hebben het gevoel dat hun vrienden altijd beter, mooier, slimmer zijn dan zijzelf. Een deel van deze meisjes gaat zich hierdoor afsluiten van de groep, en zich steeds meer terugplooien op zichzelf. In het jaar voorafgaand aan hun eetstoornis vinden ze nog maar moeilijk aansluiting bij hun vrienden en in verschillende gevallen wordt ook alle contact verbroken naargelang de ziekte vordert.

Nochtans hebben onderzoekers Nilsson en Hägglöf in 2006 reeds aangetoond dat een sociaal vangnet letterlijk van levensbelang kan zijn voor deze meisjes. In het Universitair ziekenhuis te Sherbrooke (Canada), waar deze jongeren soms tijdelijk opgenomen worden, is men dan ook met een speciaal interventieplan gestart om zowel de familie als de vrienden nauw te betrekken bij de behandeling. Een dergelijke aanpak werpt al snel zijn vruchten af, de patiënten komen vaak sneller bij in gewicht en deze gewichtstoename is blijvend.

In een eerste fase zijn het vanzelfsprekend de ouders die bij de behandeling betrokken worden.  De meeste meisjes die lijden aan anorexia blijven ook gewoon bij hun ouders wonen.
Tijdens verschillende ontmoetingen met psychiaters, psychologen en pediaters wordt een behandelingsplan opgesteld.  Voorafgaand aan dit plan zijn er een reeks evaluaties en observaties geweest. Zo worden zowel aan het meisje als aan haar familie diverse vragen gesteld, waardoor men een zicht kan krijgen op de factoren die de eetstoornis uitlokken of in stand houden. Nadien komt er ook iemand vanuit de kliniek bij de familie thuis. De ouders vinden zo bijstand in hun pogingen om terug controle te krijgen over het eetpatroon van hun dochter. Deze  hele eerste fase neemt ongeveer zes weken in beslag, en gebeurt zoveel mogelijk in de vertrouwde omgeving. Als een opname toch onafwendbaar is, wordt deze zo kort mogelijk gehouden (ongeveer twee weken). Men gaat er immers van uit dat het herstel moet gebeuren binnen de sociale en familiale context waarin het meisje leeft.

Tijdens een tweede fase worden zowel de ouders, de broers en zussen als de vrienden bij de behandeling betrokken. In aparte gesprekken met de ouders wordt geprobeerd om hen maximale ondersteuning te bieden. Aan de broers en zussen wordt gevraagd om hun zus zo veel mogelijk te steunen in haar gevecht tegen de eetstoornis. Vervolgens wordt de ontmoeting met de vriendenkring van de adolescente voorbereid.   

Deze ontmoeting met de vriendenkring vormt de derde fase in de weg naar herstel. Men wil de tiener uit haar sociale isolement trekken, haar terug vertrouwen geven in menselijke relaties. De derde fase omvat echter nog enkele andere aspecten. Er zijn gesprekken met de tiener apart, om haar aan te leren op een gezonde manier met eten om te gaan. De familie wordt ook nog steeds in het proces betrokken, met blijvende aandacht voor de ouders (aan hen wordt onder andere voorgesteld om er af en toe eens samen op uit te trekken. Hun relatie heeft vaak erg te lijden onder de ziekte van hun dochter, het is daarom belangrijk dat ze als koppel hun band versterken). Maandelijks worden dan ook de vrienden van het meisje betrokken in de weg naar herstel.

Hoe wordt het contact met de vriendenkring van het meisje terug hersteld? Tijdens een eerste contact worden zes à tien vrienden (en/of klasgenoten) van het meisje uitgenodigd. Er worden bij voorkeur ook meer meisjes dan jongens uitgenodigd, omdat jongens uit zichzelf minder open zouden zijn en meer gereserveerd. Het gesprek heeft meestal plaats bij de tiener thuis, in uitzonderlijke gevallen ook in het ziekenhuis. Hoe dan ook zijn de ouders en andere familieleden niet aanwezig tijdens dit eerste contact. De begeleider probeert tijdens een eerste gesprek, dat tussen de negentig minuten en de twee uur duurt, enkele algemene thema’s aan te halen, waarin iedere aanwezige zich kan herkennen (vaak zijn dat thema’s die verband houden met problemen op school, de moeilijkheden om je plaats te vinden binnen een groep, de competitiegeest die leeft onder tieners, enz.). Door de herkenbaarheid van de besproken thema’s worden de vriendschapsbanden beetje bij beetje hersteld. Het gesprek wordt dan ook vaak op een meer spontane manier voortgezet na het vertrek van de begeleider.
Tijdens verdere ontmoetingen, later in de derde fase van de behandeling, worden naast deze algemene thema’s ook de persoonlijke problemen van de adolescente besproken.   Er wordt wel telkens hetzelfde ritueel gevolgd als tijdens de eerste ontmoeting.

Om het belang van deze ontmoetingen te kunnen begrijpen, is het eerst en vooral belangrijk te weten dat er drie subgroepen te onderscheiden zijn bij jonge anorexiepatiënten. 

In een eerste subgroep vinden we de meisjes terug die het moeilijk hebben op sociaal gebied.  Ze komen vaak uit families die sterk op zichzelf zijn teruggeplooid en weinig binding hebben met het sociale leven in hun dorp of stad.  De ouders hebben meestal weinig oog voor de sociale noden en problemen van hun tiener.  Juist deze problemen hebben geleid tot het ontstaan van de ziekte.

De tweede subgroep bestaat uit jonge patiënten met ouders die erg beschermend zijn. De meisjes worden steeds goed in het oog gehouden, en de angsten van de ouders worden op hen geprojecteerd.  Hun ziekte (die later vaak overgaat in boulimie) is voor de tieners vaak een poging om zich te ontdoen van het juk van de ouders.

De derde groep ten slotte omvat de jonge meisjes die uit een ontwricht gezin komen (denk daarbij aan echtelijke problemen en/ of mentale ziekte van één van de ouders) en vaak geconfronteerd worden met psychologisch geweld.  Als deze meisjes op de één of andere manier problemen krijgen met hun vrienden, dan hebben ze de neiging zich terug te plooien op zichzelf.  Ze zijn te onzeker en kwetsbaar om zich open te stellen voor nieuwe vriendschappen en hebben maar weinig vertrouwen in relaties.  Deze meisjes hebben het vaak erg moeilijk hun ziekte te overwinnen. 

Het lijkt voor de hand liggend dat de interventie van de vriendengroep de grootste impact heeft bij de eerste groep jonge patiënten. De meisjes krijgen bevestiging van hun leeftijdsgenoten, wat voor een groot stuk bijdraagt tot hun herstel. Het herstel en de sociale integratie zijn vaak blijvend.

In de tweede en derde groep zijn de resultaten minder spectaculair; hier spelen immers ook familiale factoren een grote rol.  Deze factoren staan vaak een definitief herstel in de weg. De patiënten uit deze groep hervallen dikwijls in hun eetstoornis. De confrontatie met hun nieuwe gewicht leidt in vele gevallen ook tot boulimie. Nochtans hebben we ook kunnen vaststellen dat deze meisjes, dankzij het betrekken van de vriendengroep bij hun behandeling, meer zelfvertrouwen krijgen en stilaan leren omgaan met de problematiek die aan de basis lag van het ontstaan van hun eetstoornis.

We kunnen dan ook concluderen dat de vriendengroep een belangrijke rol mag en moet spelen in de behandeling van jonge anorexia patiënten. Vrienden zijn er immers ook om van de slechte tijden waarin we ons soms bevinden, mee goede tijden proberen te maken. 


Oorspronkelijk artikel:
Pauzé, R., Couture, J., Lavoie, E., Pesant, C., Beauregard, C., Mailloux, S., & Mercier, M. (2008). L’intervention auprès du réseau d’amies et d’amis des adolescentes anorexiques. Cahiers Critiques de Thérapie Familiale et de Pratiques de Réseaux, Vol. 40, p. 131-151.